Kadaster RSS Feeds Nieuws op homepage

Onderzoek naar de bekostiging van het Kadaster 

Als onderdeel van het Verantwoordingsonderzoek 2019 heeft de Algemene Rekenkamer onderzoek gedaan naar de bekostiging van het Kadaster. De laatste keer dat de Algemene Rekenkamer hierover rapporteerde was in 1994, ten tijde van de verzelfstandiging van het Kadaster.

Als onderdeel van het Verantwoordingsonderzoek 2019 heeft de Algemene Rekenkamer onderzoek gedaan naar de bekostiging van het Kadaster. De laatste keer dat de Algemene Rekenkamer hierover rapporteerde was in 1994, ten tijde van de verzelfstandiging van het Kadaster. Wij namen kennis van dit rapport en hoewel het goed is om op gezette tijden met een frisse blik naar de zaken te kijken, blijkt de financiële systematiek van het Kadaster lastig te doorgronden.

Afspraken

Bij de verzelfstandiging van het Kadaster zijn er afspraken gemaakt over de financiële systematiek om te zorgen voor financiële stabiliteit bestaande uit vier pijlers: normvermogen, kostenontwikkeling, ramingsmodel en tarieven. Toezicht hierop wordt uitgeoefend door de raad van toezicht en de toezichthouders bij het ministerie van BZK. Eens per vijf jaar rapporteert het Kadaster aan het parlement. De financiering en kostendekkendheid zijn hierbij vaste onderdelen. 

Onderzoek Algemene Rekenkamer

De financiële systematiek van het Kadaster als ZBO, die bewust anders is dan de systematiek bij een ministerie, blijkt lastig te doorgronden. Dit maakt dan ook dat wij een aantal kanttekeningen bij de constateringen, formuleringen en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer hebben geplaatst.  

Zo geeft men aan dat de inkomsten van de vier pijlers niet hoger mogen zijn dan de uitgaven, maar hoogstens kostendekkend. Dit uitgangspunt geldt echter niet op jaarbasis, maar moet meerjarig worden bezien (bron: Memorie van Toelichting Organisatiewet Kadaster). Daarnaast stelt de Algemene Rekenkamer dat in de meerjarenprognose de kosten worden geïndexeerd, maar dit is niet juist. Het Kadaster raamt voor het eerste begrotingsjaar de kosten inclusief verwachte loon- en prijsverhoging, maar indexeert in de jaren daarop niet. Dat het beeld ‘onnodig negatief’ kan zijn, komt vooral doordat de voorgestelde tariefwijzigingen nog niet worden meegenomen in de meerjarenprognose. 

Er wordt gezegd dat het Kadaster gekozen heeft om met extra activiteiten en IT-projecten te starten om het vermogen af te bouwen. Dit is in overleg met het ministerie gedaan en ingezet om producten en diensten te verbeteren. Daarnaast is er in 2016 en 2017 een substantiële tariefverlagingen tot wel 30% doorgevoerd, de Rekenkamer laat dit echter buiten beschouwing. In overleg met het ministerie, de Gebruikersraad en onze toezichthouders is er voor gekozen om de tarieven niet te verlagen tot beneden kostendekkend niveau, maar naast de tariefverlaging extra activiteiten op te pakken. 

Verder constateert de Rekenkamer dat een deel van de negatieve bedrijfsresultaten is veroorzaakt door inhuurkosten. Het is juist dat een deel van de capaciteit die nodig is voor de werking van het primaire proces, wordt ingehuurd oftewel dat een deel van de productie wordt uitbesteed. Het is echter geplande inhuur en uitbesteding die niet de negatieve bedrijfsresultaten veroorzaken. De inhuur en uitbesteding is ook nodig in verband met de vraag naar flexibiliteit vanuit de markt en daarmee het fluctuerend werkaanbod waarmee het Kadaster te maken heeft. 

Verduidelijking

De duurzame bekostiging van het Kadaster is voor de aankomende periode gewaarborgd. Dat er de wens bestaat om verduidelijking en daarbij ook inzichtelijk te maken waar de mogelijkheid tot sturen op kosten ligt, is alles begrijpelijk in dergelijke complexe systematiek. In de periodieke overleggen met het ministerie zijn deze punten al onderwerp van gesprek. Wij hechten er dan ook aan te vermelden dat in de afgelopen jaren de besteding van het reserve steeds in overleg heeft plaatsgevonden tussen het ministerie en het Kadaster en altijd gerelateerd is geweest aan maatschappelijke doelen.