Werksessie koopstarter en starterslening

"Het Kadaster doet zo veel meer dan wij eigenlijk weten, wat mij betreft mag de samenwerking tussen het Kadaster en gemeenten nog intensiever zijn."

Sterke daling

Op basis van kenmerken die we bijhouden bij een koopwoningtransactie konden we in onze werksessie van 18 april 2017 de historie en ontwikkelingen schetsen. De voornaamste conclusie: vanaf 2015 is er een sterke daling in het aantal verstrekte leningen zichtbaar. De starter heeft het moeilijk op de woningmarkt. Het herstel na de crisis vanaf 2013 is grotendeels te danken aan niet-starters. 

Vaker stedelijk dan landelijk

Door de aangescherpte regels voor financiering van een woning lijken starters iets langer te wachten met de aankoop van hun eerste woning. De meeste starters kopen hun eerste woning wanneer ze 26 jaar zijn. Ondanks de grote prijsverschillen in Nederland zien we dat deze leeftijd in heel Nederland bijna gelijk is. Verder valt op dat koopstarters vaker in stedelijk gebied dan in landelijk gebied kopen. Ten opzichte van tien jaar geleden kopen zij grotere en duurdere woningen. 

Veel informatie beschikbaar

Duidelijk werd dat het Kadaster veel data beschikbaar heeft over de woningmarkt. Zo kunnen we bij een koopwoningtransactie bijvoorbeeld de koopsom, herkomst en leeftijd van een koopstarter laten zien.

Beoogd effect?

Gemeenten gaven tijdens de werksessie aan wat voor hen het beoogde effect van de startersleningen is. De voornaamste redenen om startersleningen te verstrekken zijn:

  • doorstroming, met name lokaal, stimuleren
  • de (jonge) koopstarter de kans bieden op de woningmarkt
  • nieuwbouwwoningen sneller ontwikkelen en verkopen
  • jongeren binnen de eigen gemeente vasthouden
  • de verkoop van goedkope woningen in de stad stimuleren

Kengetallen bepalen

In de werksessie is geïnventariseerd hoe een gemeente het beleid kan onderbouwen. Groepsgewijs keken we welke kengetallen het meest relevant zijn:

  • het aantal starters de afgelopen jaren en het aandeel daarvan met een starterslening (vervolgens voor beide groepen verschillende kenmerken: woningtype, koopsomklasse en dergelijke)
  • welke woningen kopen starters? Uitgesplitst naar woningtype en koopsomklasse
  • wat is de dynamiek (verkopen t.o.v. de voorraad) binnen verschillende woningmarktsegmenten? Zoals woningtype en oppervlakteklassen
  • tot hoeveel doorstroming leidt de woningtransactie van de koopstarter? En waar gaat de verkoper van de woning naar toe?
  • welk deel van de koopstarters met als herkomst de eigen gemeenten koopt ook in de eigen gemeente? 
  • en kwalitatief: Waarom vraagt de koper een starterslening aan (motieven) en heeft hij/zij anders geen mogelijkheden om te kopen?

Op basis van deze input hebben we de kengetallen bepaald om de ontwikkelingen rond de koopstarter en het effect van de starterslening in beeld te brengen.

Meer over koopstarters en startersleningen